Er bestaande verschillende plasklachten ofwel mictieklachten. Hieronder vindt u een beschrijving van de meest voorkomende plasklachten en hoe de bekkenfysiotherapeut deze klachten kan behandelen.
Plasklachten kunnen het gevolg zijn van stoornissen in het functioneren van de bekkenbodemspieren, in het functioneren van de blaas en kunnen een combinatie zijn van beide.

LUTS klachten
LUTS is de afkorting van Lower Urine Tract Symptoms of wel symptomen van de lagere urinewegen. De lagere urinewegen bestaan uit de blaas, de plasbuis en, bij de man, de prostaat. Met het toenemen van de leeftijd wordt het functioneren van deze organen wat minder. Dat kan klachten geven als een minder sterke urinestraal, moeite hebben te beginnen met plassen en niet meer in één keer uit kunnen plassen, vaak moeten plassen, heftige drang op de urine, na het plassen het gevoel hebben niet leeg te zijn, mogelijk urineverlies en nadruppelen.
De klachten worden niet veroorzaakt door een ziekte / aandoening maar door het minder goed functioneren van de lagere urinewegen, vaak in combinatie met het niet goed functioneren van de bekkenbodemspieren.

Met het toenemen van de leeftijd zien we een aantal veranderingen in de blaas, de plasbuis, de prostaat en de bekkenbodemspieren.
De blaas wordt aan de ene kant gevoeliger voor prikkels en geeft daardoor vaker een signaal dat er geplast moet worden. Dit signaal kan erg sterk zijn en lijkt daardoor vaak op onbeheersbare (plas)drang. De elasticiteit van de blaas neemt af waardoor de blaas minder urine vast kan houden. De kracht waarmee de blaas zich leegt, neemt af wat kan leiden tot het niet meer goed uitplassen. Resturine kan weer de oorzaak zijn van blaasontstekingen. Om deze verschijnselen te compenseren, proberen mensen op een andere manier te plassen. Ze gaan persen tijdens het plassen maar helaas heeft dat slechts een averechts resultaat. Ook het functioneren van de bekkenbodem is vaak niet goed. Om de plasdrang te onderdrukken, gaan mensen hun bekkenbodem aanspannen en weten op den duur niet meer hoe ze deze moeten ontspannen. Ok dit leidt slechts tot meer klachten.

Ook de plasbuis wordt wat meer geprikkeld en trekt daardoor wat samen. Dat betekent dat het plassen moeizamer verloopt. Zoals al eerder gezegd, persen of wel druk zetten tijdens het plassen helpt niet en werkt eerder averechts.
Bij mannen kan ook door het (goedaardige) groeien van de prostaat wat druk op de plasbuisbuis ontstaan waardoor het plassen bemoeilijkt wordt. Samen met de al prikkelbare plasbuis kan dit leiden tot de vervelende klachten die boven genoemd zijn.

Bij vrouwen speelt ook de afgenomen oestrogeenproductie een rol. Hierdoor wordt de wand van de blaas en de plasbuis dunner en daarmee prikkelbaarder.

LUTS klachten worden door zowel mannen als vrouwen als vervelende klachten ervaren. Met de juiste medicijnen kunnen de klachten aanzienlijk afnemen. Daarnaast moet het plasgedrag  en het functioneren van de bekkenbodemspieren worden verbeterd. Er wordt vaak geprobeerd de klachten op te lossen door het plasgedrag en het functioneren van de bekkenbodemspieren te veranderen. Zoals al eerder gezegd, heeft dit slechts een averechts effect. De bekkenfysiotherapeut leert u uw bekkenbodemspieren weer te ontspannen en op de juiste manier te gebruiken. Ook het plasgedrag wordt onderzocht en waar nodig verbeterd. U krijgt adviezen om zo goed mogelijk uit te plassen. Met de combinatie van de
juiste medicijnen en bekkenfysiotherapie kunnen de LUTS klachten belangrijk verbeteren.


Stress urine incontinentie / urineverlies bij inspanning
Stress urine incontinentie wordt ook wel hoge druk incontinentie genoemd. Het is een vorm van urineverlies die met name voorkomt bij inspanning.
Bij stress urine incontinentie wordt urine verloren wanneer de buikdruk stijgt en deze druk niet door de bekkenbodemspieren kan worden opgevangen. De buikdruk is dan groter dan de afsluitdruk van de plasbuis en daardoor wordt er urine verloren. Er is dus een probleem in het afsluitmechanisme, in de bekkenbodem.

Wanneer er een balans bestaat tussen de buikdruk en de afsluitdruk / afsluitkracht van de bekkenbodemspieren, sluit de bekkenbodem de plasbuis af wanneer de buikdruk toeneemt.
De buikdruk neemt toe tijdens inspanning en met name tijdens activiteiten waarbij (enige) kracht gezet moet worden. dat kan bijvoorbeeld zijn: tillen, duwen, trekken, in de tuin werken, sporten en hoesten. Ook bij het inzetten van bewegingen (bijvoorbeeld opstaan uit de stoel, gaan zitten) en bij plotselinge bewegingen, stijgt de buikdruk. Tijdens al deze activiteiten moeten de bekkenbodemspieren bewust worden aangespannen om de plasbuis af te sluiten. Wanneer de bekkenbodemspieren niet goed (genoeg) functioneren en de plasbuis daardoor niet afgesloten kan worden tijdens inspanning, spreken we van stress urine incontinentie.

De bekkenfysiotherapeut onderzoekt het functioneren van de bekkenbodemspieren. Deze kunnen te zwak of te gespannen zijn maar mogelijk is ook de coördinatie niet goed. Coördinatie betekent in dit geval het op de juiste tijd, met de juiste kracht en in de juiste richting aanspannen van de bekkenbodemspieren zodat de plasbuis kan worden afgesloten. De therapie bestaat uit het verbeteren van het functioneren van de bekkenbodemspieren, het leren herkennen en opvangen van de buikdruk en het aanleren van een goed toiletgedrag.


Urgency / urgency incontinentie / drang urineverlies
Urgency of urgency incontinentie wordt ook wel drang incontinentie genoemd. Bij deze klacht is er sprake van een stoornis in het functioneren van de blaas. De blaas trekt zich te vaak en te heftig samen waardoor zeer heftige plasdrang ontstaat.

De hele dag produceren de nieren urine. Deze urine wordt verzameld in de blaas. Wanneer de blaas voor meer dan de helft gevuld is, trekt deze zich rustig samen en geeft een lichte prikkel om te plassen, een seintje dat men binnen afzienbare tijd naar het toilet zal moeten. Dit seintje dat de blaas geeft is een rustige prikkel en is goed op te vangen met de bekkenbodemspieren. Wanneer de blaas nog iets meer gevuld is, geeft de blaas een duidelijker prikkel en weet men dat men moet plassen.
Bij mensen met urgencyklachten trekt de blaas zich zeer heftig samen zonder dat deze echt gevuld is. Daardoor moeten deze mensen vaak plassen, steeds kleine beetjes, terwijl ze het gevoel hebben een heel volle blaas te hebben en hele heftige drang ervaren. Soms is de drang zo heftig, trekt de blaas zich zo sterk samen, dat er urine wordt verloren. Men noemt deze klachten ook wel een overactieve blaas.
Wanneer er sprake is van heftige drang op de urine zonder verlies, spreekt men over urgency, wordt er tijdens de heftige drang urine verloren, dan spreekt men over urgency incontinentie.

De bekkenfysiotherapeut onderzoekt het functioneren van de bekkenbodemspieren. Niet goed werkende bekkenbodemspieren kunnen de klacht onderhouden of verergeren. Ook het toiletgedrag is erg belangrijk bij deze klacht. Ook al moet men erg vaak plassen, het blijft belangrijk om op een ontspannen manier te plassen en te zorgen dat men goed uit of leeg plast. Daarnaast kan de bekkenfysiotherapeut elektrostimulatie geven om de blaas tot rust te brengen. Elektrostimulatie is een vorm van elektrotherapie, is veilig en niet pijnlijk en wordt wereldwijd ingezet bij urgencyklachten / overactieve blaas.
Naast bekkenfysiotherapie kan deze klacht ook medicamenteus behandeld worden.


Urineretentie / resturine
Urineretentie betekent dat er urine achterblijft in de blaas na het plassen. Onder normale omstandigheden wordt de blaas leeg of zo goed als leeg geplast. Wanneer er urine achterblijft, kan dit zijn doordat de blaas niet effectief genoeg samentrekt, de bekkenbodemspieren niet goed ontspannen of een combinatie van beide.
Urineretentie lijkt misschien onschuldig maar leidt veelvuldig tot blaasontstekingen of, erger, nierbekkenontstekingen.
Allereerst moet de oorzaak van de retentie worden vastgesteld. Dit kan onder andere met flowmetrie  en bladderscan. Ook het functioneren van de bekkenbodemspieren moeten worden onderzocht.
Er kan sprake zijn van een onderactieve blaas, een blaas die niet krachtig genoeg kan samentrekken om de urine te kunnen lozen. Een onderactieve blaas moet mogelijk met medicijnen gecorrigeerd worden.
De bekkenfysiotherapeut onderzoekt de bekkenbodemspieren en het toiletgedrag.  Zij inventariseert ook de vochtintake. Wanneer zij dit in kaart heeft gebracht, leert zij de patiënt op welke manier de bekkenbodemspieren kunnen ontspannen om zo goed mogelijk te kunnen plassen. Ook wordt gekeken naar de toilethouding, de houding waarin het beste geplast kan worden en naar het toiletregime (wanneer plassen, hoe vaak plassen).